dinsdag 24 januari 2017

Volgen

"Wat doen jullie?" vroeg ik aan de jongens toen ik hen in een herkenbare pose aantrof: hangend in de bank, voorovergebogen over hun tablets.
"Instagram," zei oudste met de vanzelfsprekendheid van gladheid in januari, "ik heb jongste aangemeld."
Het kon natuurlijk niet uitblijven. Op het pad van onze opgroeiende kinderen doken al eerder struikrovers op. Pokémons achter de kerk, scheuren in de spijkerbroek en "gast" zeggen als je een vriend bedoelt. Maar nu was, op een moment waarop ik even niet keek, een ander paard van Troje de huiskamer binnengeduwd: Instagram.
Trots toonde jongste me een foto op zijn beeldscherm.
"Wie is dat?" vroeg ik.
"Justin Kluivert, mijn favoriete voetballer. Ik volg hem."
Zo snel kan het gaan. Twee invalbeurten in de Eredivisie leveren 200.000 nieuwe volgers op sociale media op en aan alle voetbaltafels wordt de vraag besproken wanneer ie aan moet sluiten bij het Nederlands elftal.
"Hoeveel mensen volgen jóú op Instagram?" wilde ik weten.
"Drie," antwoordde jongste als Columbus op één van zijn wereldreizen, "mijn nichtje, een klasgenoot en de keeper van E4." Hij had ook al twee plaatjes gepost: zijn voetbalelftal en een foto van een zwarte beer die we in de zomervakantie aan de kant van de weg hadden gezien. "Oudste heeft me uitgelegd hoe ik dat moest doen, hij heeft al 35 volgers." Het klonk alsof zijn broer goud in handen had.
Dat de wereld langzaam ook de kant van jongste opschuift, bleek vanmorgen aan het ontbijt. Met zijn ene hand opende hij de koelkast voor een glas optimel, met zijn andere checkte hij zijn Instagramaccount.
"Hoeveel volgers heb je al?" vroeg oudste die zijn rugzak inpakte.
"Tien," antwoordde jongste met de blik van de spits die net een hattrick voltooit.
"Tien!" riep zijn moeder die handig jam van de bodem schraapte, "Dat is veel! Ik heb geen enkele volger!" Maar zij verovert de wereld dan ook op geheel andere wijze.
"Ik volg jou toch," zei ik, zoeter dan de aardbeienjam op haar cracker, "altijd en overal."
En zo begon iedereen tevreden aan de dag.

vrijdag 23 december 2016

Hoop

Eén van de mooiste momenten van het kalenderjaar 2016 vond zondagmorgen 18 december plaats, een paar seconden na de wedstrijd van Bladella JO11-1 tegen VV Dommelen. Na een heroïsch duel, met veel strijd en vier doelpunten die met de 'dab', de 'Benteke' en ook de ouderwetse sprong in de lucht gevierd werden, pakte jongste met zijn voetbalvrienden het kampioenschap van de 1e klasse, door samen met het al uitgespeelde VV Hapert het gelijke aantal punten te behalen. Terwijl om ons heen het hoofdveld ontplofte met vuurwerk, spuitende kinderchampagne en dansende spelers, stond ik op het veld ineens tegenover de vader van ons keepertje dat, vaak op verbluffende wijze, zijn doel schoon wist te houden. We wisselden felicitaties uit, keken elkaar diep in de ogen en schoten vervolgens vol.
In het leven draait het niet om een kampioenschap met een jeugdteam of een gewonnen wedstrijd tegen VV Dommelen. Gezondheid, vrijheid, verbondenheid met de wereld om je heen, het is allemaal veel belangrijker. Maar in die wereld gaat tegenwoordig ontevredenheid als een sluipmoordenaar tekeer, hele volksstammen staan boos tegenover elkaar. We leven in een tijd waar kerstmarkten beveiligd moeten worden met betonblokken. Dan is het enorm verleidelijk om aan te sluiten bij de onschuld van kinderen, bij een groep E-spelers bijvoorbeeld, waar het niet gaat om macht of gelijk hebben, maar een gelukte schaar, een splijtende dieptepass of een gewonnen kampioenswedstrijd.
Nu, in de week na de euforie op de club, is het opnieuw een kind dat de aandacht trekt. Tijn, een 6-jarige jongen uit het buurdorp Hapert, laat via Serious Request weten lak te hebben aan zijn ongeneeslijke ziekte. Hij roept de mensen op om elkaars nagels te lakken en geld te storten op de rekening van het Rode Kruis. Het idee van Tijn gaat in no-time viraal. Onbekende én bekende Nederlanders laten massaal weten geraakt te zijn. Voor een paar dagen worden woede en verdeeldheid onder het volk vervangen door eensgezindheid. In het Glazen Huis brengt Miss Montréal een ode aan Tijn. Opnieuw schiet ik vol. Een week die met met het kampioenschap van jongste begon, eindigt met nagellak op miljoenen vingers. Het zijn de kinderen waar we het van moeten hebben, maar als dat zo is, is er altijd hoop.

Ik wens iedereen fijne feestdagen en een 2017 met gezondheid, vrijheid en verbondenheid.

Pieter Abrahams

zondag 4 december 2016

Juichen!

In de keuken roer ik door een pan met rode bietjes, als ik word opgeschrikt door een schreeuw van oudste vanuit de huiskamer: "Yes, een 8,2 voor mijn proefwerk Natuur en Techniek!"
Nieuwsgierig steek ik mijn hoofd om de hoek. Oudste staat bij de eettafel. In zijn ene gestrekte arm houdt hij zijn telefoon in de lucht, zijn hoofd verstopt hij in de gebogen andere.
"Wat is dat nu?" vraag ik.
"Een 8,2! Voor NT! Staat op de site!"
"Nee, die rare beweging. Met je hoofd en die arm," zeg ik. Om mijn vraag kracht bij te zetten verberg ik mijn gezicht in mijn elleboog.
"Dat is de deb," antwoordt jongste verveeld vanaf de zitbank, waar hij de FIFA-wedstrijd tussen Manchester United en Chelsea controleert, "zo juich je na een doelpunt."
Jongste zegt het met de intonatie van een oude tandarts die zijn patiëntjes voor de zoveelste keer uitlegt dat ze toch vooral beter moeten poetsen. De deb? Na een goal ben ik meer van de klassieke vuist die een gat in de lucht slaat. Zoals Cruijff vroeger, of Van de Kerkhof: arm in de lucht en rennen maar.
"Kijk, zo gaat dat. De deb," zegt jongste. Met zijn afstandsbediening wijst hij naar de televisie, waar Ibrahimovic gescoord heeft en tot vijf keer toe een hoofdknik naar zijn gehoekte elleboog maakt. Met links en rechts.
"Wat eten we?" Mijn vriendin verstoort het juichcollege met haar binnenkomst door de achterdeur. In twee tellen sta ik terug bij mijn pannetje, waar mijn rode bieten aan de bodem plakken als plastic hartjes na een klikobrand.
"Eh, ik dacht rode bietjes," zeg ik stilletjes.
"Mmm, ik heb eigenlijk wel zin in zo'n maaltijdsalade van De Bengel," oppert mijn vriendin, "en jullie spareribs, jongens?"
In twee zinnen is de crisis bezworen. De jongens staan springend om hun moeder heen. Ik doe ook een duit in het zakje: ik strek mijn arm en knik met mijn hoofd naar mijn gebogen andere arm, maar blijkbaar moet ik er nog aan werken.
"Moet je niezen?" vraagt oudste.

vrijdag 25 november 2016

Zomervakantie

Ajax heeft weer een leuke spits. Een blonde jongen met blozende wangen die verdedigers makkelijk passeert en geen hartjes of dansjes laat zien als hij de bal in het doel jaagt: Kasper Dolberg doet normaal. De opwinding over de Arena-aanvaller waaide deze week ook ónze keuken binnen.
"Waar zullen we in de zomer op vakantie gaan," vroeg mijn vriendin, terwijl ze spaghetti op de borden drapeerde.
"Naar Denemarken!" riep oudste, die behendig een sliert om zijn vork draaide, "daar komt Dolberg vandaan!" Een grote hap pasta verdween smakelijk in zijn mond.
Denemarken. Mmm, dat moest ik even laten bezinken. Het leverde geen beelden op van warme stranden met wuivende palmbomen en te kleine bikini's, ik kwam eigenlijk niet verder dan het zeemeerminnetje in de haven van Kopenhagen en misschien een bezoekje aan Legoland. Om de besluitvorming te beïnvloeden zocht ik in mijn hoofd razendsnel naar Spaanse goalgetters en spectaculaire spitsen uit Italië, een land met lange kustlijnen en heerlijke pasta's, maar jongste zat met zijn hoofd bij andere zaken.
"Tegen wie moeten we zaterdag, pap?"
Het E-team van jongste doet het goed. Met jeugdig elan wervelen ze langs tegenstanders, wat voorlopig de derde plek op de ranglijst oplevert. Met zelfs uitzicht op het kampioenschap als de laatste drie wedstrijden worden gewonnen.
"Tegen Reusel Sport, jongen. Die staan onderaan."
Maar de ranglijst interesseert jongste niet zo veel. De zaterdagochtend betekent voor hem en zijn vriendjes puur plezier op het veld, met shirtjes, een bal en doelpalen. Een mooie passeeractie of een gelukte sliding, het is voor hen al kampioenschap genoeg. Het E-team van jongste zit eigenlijk vol met Dolbergjes.
"Nou, we gaan dus naar Denemarken?" Oudste zette de chocoladepudding al op tafel. Hier moest snel gehandeld worden. Ik reageerde geslepen als een oude voorstopper uit de Serie A.
"Eh, wist je dat Kasper Dolberg eigenlijk geboren is in Zuid-Europa?"




dinsdag 25 oktober 2016

Paniekvoetbal

"Ze komen niet," zei jongste.
Het klonk teleurgesteld, maar ik had niet direct door wie er wegbleven: opa en oma? De meiden op zijn verjaardagsfeest? Lieten de filmpjes van Enzo Knol zich niet langer openen op zijn tablet?
"Nee, Dommelen!" walgde jongste. Hij keek erbij als meesterbakker Robèrt die azijn proeft in verse mergpijpjes. "Ze willen niet op ons kunstgras spelen. Het is afgelast."
Het doorgestreepte zaterdagochtendfeestje van jongste bracht de discussie over het wel of niet spelen op kunstgras met rubberkorrels opnieuw onze huiskamer binnen. Een paar weken geleden, na de beruchte uitzending van Zembla, keken ook mijn vriendin en ik elkaar vragend aan. Jongste voetbalde er al jaren op, oudste speelde langs de lijn met het rubbergranulaat, maar na gesprekken bij het koffieapparaat op het werk, gelezen artikelen in de krant en adviezen van mensen die ervoor gestudeerd hadden, haalden we onze schouders op. Voorlopig plaatsten we de korreldiscussie bij de mobiele telefoontjes die een hersentumor zouden veroorzaken en de huidige status van een glas melk dat niet langer de 'schijf van vijf' versiert, maar volgens de huidige wetenschappelijke kennis een ongezonde reactie zou veroorzaken.
De verontwaardiging nam bij jongste toe, toen zijn moeder haar kans zag en voorstelde om het gapende zwarte gat op de zaterdagochtend te vullen met een bezoekje aan het winkelcentrum in de stad. Mokkend, als een Labradorpuppy die ineens in bad moet, onderging hij de tuchtiging. De nieuwe spijkerbroek, de wintertrui, het broodje filet américain bij Bakker Bart; niets kon hem opfleuren. Totdat hij in een sportwinkeltje, waar zijn broer tennisschoenen zocht, stuitte op sterk afgeprijsde voetbalnikes voor zijn alsmaar groeiende voeten. Op de terugweg glunderde het gezicht van jongste meer dan de flitsende oranje voetbalschoenen die, als nieuwe vriendjes, tussen hem en zijn broer op de achterbank zaten.
"Aan wie heb je dit nu te danken?" vroeg zijn moeder terloops over haar schouder.
"Aan de afgelasting," antwoordde jongste. Het klonk alsof hij alsnog van VV Dommelen had gewonnen.