zondag 10 juli 2016

Oogst

Dat hoofd van Ricardo Queresma met die ganzenveer en de getatoeëerde traantjes vat het toernooi natuurlijk perfect samen: we wilden graag gekieteld worden, maar het resultaat was om te janken. Ook David Guetta deed, net voor de wedstrijd, een duit in het EK-zakje. Dat moet je kunnen, voor het oog van Europa als een IJslandse linksback aan een paar knopjes draaien en dan verwachten dat het hele stadion met jou de Horlepiep gaat dansen. Fransen hebben dat sowieso niet zo goed begrepen. Of het nou om een Peugeot of een schimmelkaasje uit de Dordogne gaat: de creativiteit is vaak ver te zoeken.
Cristiano Ronaldo, die weet normaal wel raad met de Franse slag. De Portugese ijdeltuit op een plein in Parijs tussen de schilders met hun aquarelkoffertjes en hun ezeltjes met karikaturen van Brad Pitt en Marilyn Monroe, ik mag daar graag naar kijken. In zes afgemeten passen grist hij een straatschilder de alpinopet van het hoofd en smijt hem in de Seine. Dan het sprongetje achterwaarts en de armen wijd.
"Zuuuuuu!"
In de finale wachtte het Franse elftal de originaliteit van Ronaldo niet af. Na enkele minuten werd hij gevloerd, waarmee het amusement als een kleiduif uit de wedstrijd werd geschoten. Tweeëntwintig mannetjes in blauw en rood die, onder een wolk van motten, elkaar krampachtig de bal toespeelden, dat is wat er overbleef.
"Let maar op, dat worden penalty's," zei Daniël de Ridder naast Schut en Borst. Als er in dit toernooi een lichtpuntje aan te wijzen valt, is het De Ridder die als d'Artagnan op de bank in al die wedstrijden zocht naar Musketiers, al was het er maar één. Een ex-voetballer in de studio met een warme stem, na vier weken voetballen is het, hoe mooi zijn tanden ook in een rijtje stonden, een magere oogst. Dát, en een nieuwe voetballer van wie de naam verrukkelijke bekt. Om mezelf te troosten, riep ik het enkele keren na het laatste fluitsignaal: Umtiti! Umtiti! Umtiti!

zaterdag 2 juli 2016

De grens over

Diep in Nordrhein Westfalen zit een goede pizzeria. Il Matrimonio. Het eettentje, ingeklemd tussen een snelweg en een grote fabriekshal, wordt gerund door Gertrude en Paolo. In de keuken regeert Italiaans temperament. Elk gerecht voorziet Paolo van een geheime kaas uit Parma en een passievol gezongen aria van Verdi, terwijl Gertrude, een nuchtere blondine uit een arbeiderswijk van Herzogenrauchbach, met Duitse pünktlichkeit de gasten op hun wenken bedient. Al 40 jaar laten ze het EU-parlement in Brussel zien waar het juiste mengsel van Europese ingrediënten toe kan leiden: heerlijke pizza's.
Je verzint het niet, uitgerekend in de gelagkamer van dit culinaire verbond, ver weg van het zelfmedelijden in Nederland en het verdriet van België, zag ik de derde kwartfinale, de clash van de Duitsers en de Italianen.
"Toll!" zei Gertrude. Ze ontving me met open armen bij de ingang.
"Bellisimo!" schreeuwde Paolo vanuit de keuken, "In de rust staat het nog 0-0, wedden?" Naast het zingen van opera's, is het gokken op wedstrijden zijn grote hobby. Paolo's kookkunst stelde me niet teleur. Nog voor de volksliederen dampte een pizza Graziano voor mijn neus, een houtovenpizza met veel ui en paprika, ragfijn van elkaar gescheiden door een strakke lijn. Gretig pookte Paolo het vuurtje daarna op.
"Wedden dat Parolo zo een gele kaart pakt?"
"Bonucci gaat nog scoren, hoeveel wil je inzetten?"
"Dat wordt een verlenging, wedden?"
De spanning tijdens een strafschoppenserie is vaak snijdend, maar in Il Matrimonio werd die weggemasseerd door een tiramisu met karamelsmaak en veel "Mama mia's!" van Paolo bij alle missers.
"Es war wieder eine schöne Abend," keuvelde Gertrude bij het afscheid. In de keuken gooide Paolo er nog een hoge C uit, terwijl hij het fornuis kuiste. De vrede in het eethuisje had geen moment gewankeld: Gertrude pakte met haar vaderland de winst, Paolo de geldpot en morgen brandde de oven gewoon weer bij een nieuwe kwartfinale. Diep in de nacht passeerde ik bij Venlo de grens. Terug naar de helaasheid der dingen.

dinsdag 28 juni 2016

Rustdag

In de badkamer stond mijn vriendin ineens naast me.
"Wat is er aan de hand?", vroeg ze geschrokken.
Ik stapte uit de douchebak. Water druppelde in slierten op de tegelvloer.
"Hoezo?"
"Ik hoor je steeds hard roepen. Een diep gegrom, of zo." Uit het wastafelkastje greep mijn vriendin een handdoek. Geen idee waar ze het over had.
"En waarom houd je je armen gestrekt?"
Ik draaide een kwartslag naar de spiegel. Ik zag mezelf als het Christusbeeld op een heuvel boven Rio de Janeiro, maar dan in mijn blote kont in de eigen badkamer. Ik wilde de handdoek aanpakken, maar op dat moment klapten mijn armen als een berenklem dicht en stootte ik een diep oergeluid uit, alsof vulkanische energie via mijn mond een weg naar buiten zocht.
"HOEOEOE!"
"Ja, dat bedoel ik!" zei mijn vriendin, met haar zie-je-wel-blik.
En toen herhaalde het zich. En nog eens. En nog eens. Maar met steeds kortere tussenpozen. Ik trok er ook een vreemd gezicht bij. Mijn vriendin keek me aan alsof ze voor de trollenkoning in de Efteling stond.
"Ik geloof dat dat hele EK voetbal je nogal aangrijpt," zei ze, terwijl ze zorgzaam mijn rug afdroogde. Daarna verdween ze naar beneden. Een nieuwe aflevering van Bed and breakfast wachtte.
Het EK? Dat viel toch wel mee? Okay, vanmorgen aan het ontbijt zei ik vanuit het niets "Die knal van Payet mag nu wel uit de top vijf, Youri," maar iedereen is toch wel eens verstrooid? Opnieuw keek ik in de spiegel. Mijn armen bewogen de handdoek over borst en schouders. Zie je wel, niets aan de hand. Snel trok ik iets luchtigs uit de kast in de slaapkamer en kroop beneden op de bank naast mijn vriendin. Ze staarde naar mijn benen. In haar ogen stond pure paniek.
"Een grijze XXL joggingbroek?"

zaterdag 25 juni 2016

Koekoek

De zaterdag bracht drie achtste finales en de seizoensafsluitingsdag van het F-team van jongste. In een laat middaguur, tussen alle vaders, overzag ik de situatie. In het prieel spraken de moeders met elkaar over het belang van gehaakte bedspreien en Coldplay, de kinderen sprongen eensgezind als de bende Von Trapp op de trampoline, rechts voor me sidderden de speklapjes op een tafelrooster en aan mijn linkerkant toonde een platte beeldbuis de strijd tussen Zwitserland en Polen. Met mijn ellebogen rustend op een hangtafel, wist ik: veel mooier wordt het niet.
Maar toen scoorde Blaszczykowski.
Naast matchfixing, hooligans en corrupte bestuurders wordt voetbal bedreigd door spelers met te veel medeklinkers. De goal van Blaszczykowski verpestte de dag. Zijn goal deed me denken aan een zomer in Wales, ergens vorige eeuw, waar ik verbleef voor een jacht op everzwijnen. De avond voordat we de zwijnen zouden gaan opdrijven, overnachtte ik in een herberg in het plaatsje Glenfrlwjrtfdenwich. Toen voelde ik het ook: totale ontregeling. De start van de jacht maakte ik nog wel mee, met de collies en de luchthoorns, maar daarna staarde ik wezenloos naar de lucht boven de bossen in Noord-Wales. Geen everzwijn gezien.
Maar goed, Blaszczykowski dus. Opnieuw staarde ik radeloos in de verte, nu boven een rododendron en het vrouwenprieeltje. Te veel medeklinkers, dat is hetzelfde als drie ochtenden op één dag of een elftal met twee keepers. Een Touretappe met meerdere eindsprints. Doe normaal. Vroeger heetten Poolse voetballers toch ook gewoon Lato of Boniek?
De bicycle-kick van Shaqiri, de geschoren lijnen in het hoofd van van Cristiano Ronaldo, het zingen van de Noord-Ierse fans, het ging allemaal volledig langs me heen door Jakub Blaszczykowski, die doodleuk medeklinkers had gestapeld als bouwpakketten in een Ikea-magazijn.
"Wat zit je te dubben?" vroeg mijn vriendin, laat op de avond. Tja, hoe leg je dat uit, dat je je zorgen maakt? Als de Polen, naast keukens en tussenwandjes, nu ook lukraak nodeloze letters achter namen gingen plaatsen? De nieuwe trainer van Ajax gebruikte al zo'n aanstellerige 'zet'. Hoe heette hij na een goed seizoen van Milik? Peter Boszsz?
"Laten we maar gaan," zei ik, net zo verslagen als de Kroatische trots. Bij het halen van de jassen zag ik bij Schut en Borst een vrouw op de bank zitten. Ze vertelde iets over cultvoetballers en heette Cécile Koekoek. Een hoop haar en vooral veel klinkers. Mooi, ik had dat net even nodig.

zondag 19 juni 2016

Vaderdag

Vaderdag brengt altijd veel creativiteit. Oudste knutselde een papieren brillenkoker en een supermanpoppetje uit een kurk. Die Superman was ik, zei hij erbij. Jongste had in het midden van een vel mijn naam geschreven en daaromheen voorwerpen getekend die zijn vader karaktiseerden. Ik zag een koffiezetapparaat en een voetbal.
"Goh, leuk!" lachte ik.
Na het ontbijt meldden de heren zich samen met de buurtvrienden op het veld voor het huis. Maar nog vóór het partijtje klonterden ze met zijn allen samen in het struikgewas, de catacomben, waar ze zich in twee rijen van vier spelers opstelden. Tijdens deze voorbereidingen voor een grootse opkomst in hun stadion, was de volgende dialoog hoorbaar:
"Wie zijn wij eigenlijk?"
"Frankrijk? Of toch Oostenrijk?"
"Nee, geen Oostenrijk. Die hebben Arnautovic."
"Die is toch goed?"
"Ja, maar hij heeft zo'n knotje."
"Okay, Frankrijk dan. En jullie?"
"Wij zijn IJsland."
"IJsland? Jullie hebben helemaal geen baarden."
"Nee, maar we gaan wel heel ver ingooien."
Nadat ook de beide aanvoerders waren aangewezen, werd er met kaarsrechte ruggen naar de middenstip gewandeld, waar de twee parallelle rijen opgingen in één lange lijn. Alles was nu gereed voor de volksliederen. Eén spelertje zwaaide naar de tribunes, maar naast een Toyota Starlet die passeerde en de buurvrouw van nummer 33 die met verwilderd haar de gordijnen van de slaapkamer opensloeg, was ik de enige die de voorbereidingen op deze EK-wedstrijd gadesloeg. Juichend bovenop de tafeltennistafel, dat dan weer wel.
Doordat er verder weinig voorzieningen op de tafeltennistafel aanwezig waren, verhuisde ik in de rust naar de keuken van onze woning. Daar, met een verse kop koffie in de hand, zag ik IJsland scoren. Jongste verzond een voorzet die oudste via de Amerikaanse eik binnenschoot. Op de keukentafel lag de tekening met de bal en het koffiezetapparaat. Verrassend hoe een kinderziel de zaken soms terug kan brengen tot de kern.